Gezag

Hier vind je informatie over wat gezag en voogdij inhoudt en wat dat betekent voor jouw positie als pleegouder. De gezagsvorm heeft belangrijke gevolgen voor de verdeling van de verschillende verantwoordelijkheden. Als een kind (tijdelijk) in een pleeggezin woont, is het van belang te weten wie het gezag over het pleegkind heeft.

Pleegzorg kan in diverse juridische vormen plaatsvinden:


Vrijwillige pleegzorg

Als een ouder zelf hulp zoekt en ermee instemt dat zijn kind bij pleegouders gaat wonen, is er sprake van vrijwillige plaatsing. De ouder behoudt dan het ouderlijk gezag over het kind en wordt betrokken bij belangrijke beslissingen. 

Justitiële plaatsing

Als de kinderrechter beslist dat een ouder niet meer (volledig) verantwoordelijk is voor zijn kind, spreken we van een justitiële plaatsing. Er zijn twee mogelijkheden:

Een ondertoezichtstelling (OTS) 

De ouder houdt het gezag over het kind. Het kind en de ouders krijgen begeleiding van een gezinsvoogd. Belangrijke beslissingen nemen ouders niet meer alleen maar samen met hun gezinsvoogd.

Voogdij

De rechter geeft de verantwoordelijkheid voor de opvoeding aan iemand anders. Dit is meestal een Gecertificeerde Instelling, die dan een voogd aanwijst of een pleegoudervoogd.

Normaal gesproken hebben de ouders van een kind het gezag. De met gezag beklede persoon heeft het recht en de plicht om het kind te (laten) verzorgen en op te voeden. Een kinderbeschermingsmaatregel beperkt het gezag van de ouders.

Bij een vrijwillige plaatsing en bij een plaatsing in het kader van een ondertoezichtstelling (OTS) behoudt de ouder het gezag. In het geval van een voogdijplaatsing heeft de ouder geen gezag (meer): er is een gezagsbeëindigende maatregel opgelegd, de ouder is overleden of heeft nimmer het gezag uitgeoefend.

Bij een vrijwillige plaatsing en bij een plaatsing in het kader van een ondertoezichtstelling (OTS) behoudt de ouder het gezag. In het geval van voogdijplaatsing heeft de ouder geen gezag (meer).

Gezag bij vrijwillige plaatsing

Wanneer een pleegkind vrijwillig is geplaatst ligt het gezag bij de ouder(s). Het pleegkind verblijft met instemming van de ouder(s) in het pleeggezin en er is geen sprake van een OTS of voogdij. Voor alle (belangrijke) beslissingen hebben pleegouders de toestemming van de ouder(s) nodig; inschrijving op een school, medische behandeling, aanvragen van een paspoort enzovoort.

Gezag bij een OTS

Bij een ondertoezichtstelling houden de ouders het gezag over hun kind. Het kind en de ouders worden begeleid door een gezinsvoogd. Belangrijke beslissingen moeten de ouders eerst bespreken met hun gezinsvoogd. Hiermee is het recht van de ouder met gezag om het kind zelf op te voeden en te verzorgen beperkt.

Een gecertificeerde instelling kan de ouder(s) een schriftelijke aanwijzing verstrekken. Dit is een wettelijk dwingende opdracht om iets te doen of na te laten met betrekking tot de verzorging en opvoeding van het pleegkind. Een schriftelijke aanwijzing kan bijvoorbeeld instructies bevatten over de omgangsregeling tussen de ouder en het pleegkind.

Bij een OTS wordt jaarlijks beslist over verlenging van deze maatregel.

Als de ouders niet in staat zijn om zelf voor hun kind te zorgen kan na anderhalf jaar uithuisplaatsing overwogen worden of het opleggen van een ‘gezagsbeëindigende maatregel’ aan de ouder(s) in het belang van het kind is. De gecertificeerde instelling vraagt dan aan de Raad voor de Kinderbescherming om een onderzoek in te stellen. De Raad kan vervolgens een verzoek aan de kinderrechter voorleggen. Instemming van de ouder(s) is niet nodig. Als de rechter besluit tot een ‘gezagsbeëindigende maatregel’ wordt er een voogd aangewezen.

Gezag bij voogdij

Wanneer een pleegkind onder voogdij staat, ligt het gezag bij een voogd. Dit is een gecertificeerde instelling of een persoon, bijvoorbeeld een pleegoudervoogd. Meer informatie over pleegoudervoogdij lees je hier.

Ja, de ouder(s) krijgen begeleiding van een gezinsvoogd.

Wanneer een pleegkind bij een vrijwillige plaatsing langer dan een jaar bij pleegouders woont, kunnen pleegouders gebruik maken van het blokkaderecht. Dit betekent dat een ouder aan de pleegouder(s) moet vragen het kind weer zelf te mogen verzorgen. Stemt een pleegouder hier niet mee in, dan moet de ouder aan de rechtbank toestemming vragen.

Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind bepaalt dat een kind het recht heeft om contact met beide ouders te onderhouden, ook al is het kind door een rechterlijke beslissing van hen gescheiden. Ouders hebben dus in principe ook recht op omgang. Maar, ouders die ver over de schreef zijn gegaan met hun kinderen (ernstige verwaarlozing, misbruik of mishandeling), kunnen hun kind soms slechts onder strikte voorwaarden bellen, schrijven of (onder toezicht) bezoeken. Tijdens de pleegzorgplaatsing wordt steeds bekeken in hoeverre de oudercontacten in belang zijn van het kind.

Als de gezagsdragers (ouders, voogd) niet langer willen dat het kind bij de pleegouders blijft, kunnen zij het kind niet zomaar bij de pleegouders weghalen. Pleegouders kunnen dat in sommige gevallen verhinderen door een beroep te doen op het blokkaderecht. 

Wanneer hebben pleegouders blokkaderecht?

Pleegouders hebben niet altijd het recht om te blokkeren dat het kind bij hen wordt weggehaald. Hiervoor moet aan onderstaande voorwaarden worden voldaan.

  • De pleegouders moeten het kind tenminste één jaar hebben verzorgd en opgevoed voordat zij een beroep kunnen doen op het blokkaderecht.
  • Het kind moet met instemming van de eigen ouders door de pleegouders zijn verzorgd en opgevoed of de gecertificeerde instelling heeft de voogdij over het pleegkind
  • Er moet sprake zijn van een pleeggezin, dat wil zeggen van een situatie waarin het kind door anderen (anderen dan de ouder(s) met het gezag) wordt verzorgd en opgevoed als een eigen kind.

Rechtzaak

Als de situatie in aanmerking komt voor het blokkaderecht, dan moeten de ouders via een advocaat bij de rechter verzoeken om de blokkade op te heffen. Er volgt dan een rechtszaak. Tijdens de zitting zijn de rechter, de ouders, de pleegouders en eventueel de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig. Na de zitting doet de rechter een uitspraak of verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming om een onderzoek in te stellen.

Uitspraak van de rechter

Als de rechter uitspreekt dat het kind niet bij de pleegouders kan blijven, dan moeten de pleegouders het kind naar de ouders laten gaan. De rechtbank kan ook bepalen op welke termijn dat moet. Als de rechter beslist dat het kind bij de pleegouders kan blijven, dan zal de rechter ook een uitspraak doen over hoelang het kind bij de pleegouders kan blijven (maximaal voor een half jaar). Na die periode mogen de gezagsdragers opnieuw naar de rechtbank gaan om een wijziging in de situatie aan te vragen. In beide gevallen is het niet mogelijk om in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechter.

Beëindiging van een plaatsing in het gedwongen kader (ondertoezichtstelling)

Bij een ondertoezichtstelling is het blokkaderecht niet van toepassing. In die situaties toetst de rechter namelijk altijd (als een kind langer dan een jaar in een pleeggezin verblijft) of de plaatsing kan worden beëindigd. Pleegouders hebben dan als belanghebbende wettelijk spreekrecht.

Pleegouders die ten minste een jaar een pleegkind als behorende tot hun gezin hebben verzorgd en opgevoed, worden automatisch aangemerkt als belanghebbende. Dit houdt in dat zij een wettelijk spreekrecht hebben in procedures bij de rechter. Daarnaast hebben pleegouders, als belanghebbende en belangenbehartiger van hun pleegkind, het recht om de rechter te verzoeken tot het opleggen, verlengen of beëindigen van een kinderbeschermingsmaatregel.

Procedure bij de rechter

Als een jeugdige uit huis geplaatst wordt in het kader van een kinderbeschermingsmaatregel gaat hij/zij meestal naar pleeggezin. In dat geval is er een belangrijke taak weggelegd voor pleegouders. De wet merkt pleegouders daarom aan als belanghebbende en als belangenbehartiger van hun pleegkind. Dit houdt in dat zij – als ze ten minste een jaar het pleegkind hebben verzorgd en opgevoed – wettelijk spreekrecht hebben in procedures bij de rechter.

Voordat u naar de rechter stapt

We kunnen ons voorstellen dat pleegouders het niet altijd eens zijn met een maatregel of de uitvoering ervan. Misschien kent/begrijpt u de overwegingen niet, of beschikt u over aanvullende informatie die van belang is voor een goede beslissing. Bespreek dit dan met uw pleegzorgbegeleider en/of de (gezins)voogd. We komen graag samen tot een passende oplossing. Mocht een gesprek niet het gewenste resultaat hebben, dan kunt u overwegen een geschil of verzoek voor te leggen aan de rechter.

Geschillenregeling

Pleegouders en pleegzorgorganisaties hebben evenals de gecertificeerde instelling, de minderjarige van twaalf jaar of ouder en de ouders met gezag de mogelijkheid om geschillen in het kader van de uitvoering van de ondertoezichtstelling voor te leggen aan de rechter. Hiervoor moet een verzoekschriftprocedure worden gestart waarbij vertegenwoordiging door een advocaat verplicht is. Hiermee wordt een drempel ingebouwd, zodat niet ieder klein geschil aan de rechter wordt voorgelegd. De rechter heeft de vrijheid om concreet vast te stellen welke oplossing of regeling het best het belang van alle betrokkenen, in het bijzonder die van de minderjarige, dient.

Van de geschillenregeling zijn geschillen rondom gedragingen die vallen onder het klachtrecht  uitgesloten. Over deze gedragingen kan een klacht worden ingediend bij de klachtencommissie.

Rechtshandelingen zijn bijvoorbeeld: de aanmelding bij een school, het geven van toestemming voor een medische handeling en het doen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning. Wie hiertoe bevoegd zijn, verschilt per situatie. Belangrijk is dat – wie er ook de (beslissings)bevoegdheid heeft – alle belanghebbenden rond een kind, en uiteraard ook het kind zelf, geïnformeerd worden over, en waar mogelijk betrokken worden bij, belangrijke keuzes en ontwikkelingen in het leven van het pleegkind. 

•       Vrijwillige plaatsing
Bij een vrijwillige plaatsing kunnen alleen de ouders rechtshandelingen verrichten.

•       Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing
De rechter kan bij een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bepalen dat het gezag gedeeltelijk wordt uitgeoefend door een gecertificeerde instelling. Dit kan ook het doen van rechtshandelingen omvatten. Deze onderdelen van het gezag kunnen formeel niet naar pleegouders worden overgeheveld, maar de gecertificeerde instelling kan de pleegouders dan wel machtigen om bepaalde rechtshandelingen ten behoeve van het pleegkind zelfstandig te verrichten. De gecertificeerde instelling kan deze machtiging te allen tijde ook weer intrekken.

•       Voogdij bij gecertificeerde instelling
De voogd/de gecertificeerde instelling voert namens het kind rechtshandelingen uit. De gecertificeerde instelling kan de pleegouders machtigen om bepaalde rechtshandelingen ten behoeve van het pleegkind zelfstandig te verrichten. De gecertificeerde instelling kan deze machtiging te allen tijde ook weer intrekken.

•       Pleegoudervoogdij

De pleegoudervoogden zijn de wettelijk vertegenwoordigers van hun pleegkind en zij mogen daarom rechtshandelingen t.b.v. hun pleegkind verrichten.

Kan ik de voogdij over ons pleegkind krijgen? Pleegoudervoogdij krijg je niet zomaar en er kunnen voor u zowel voor- als nadelen aan verbonden zijn. Bekijk voor meer informatie deze brochure.

Voordat je de rechter kunt verzoeken om de voogdij over je pleegkind over te dragen, met behoud van pleegvergoeding, dien je te voldoen aan een aantal voorwaarden:

  • Het pleegkind verblijft bij je in het kader van een voogdijmaatregel;
  • Je dient bij voogdijoverdracht een pleegcontract met de pleegzorgaanbieder te hebben
  • Je dient uw pleegkind binnen jouw gezin (voor tenminste 1 jaar) op te voeden en te verzorgen.

Pleegoudervoogden hebben recht op een pleegzorgvergoeding en eventuele toeslagen als er naast een pleegcontract een indicatie ‘verblijf in pleegzorg’ is. Vanaf 1 juli 2013 geldt dit voor zowel één-oudervoogdij als twee-oudervoogdij.

Als je plannen hebt om te verhuizen meldt dat dan zo spoedig mogelijk aan je pleegzorgbegeleider. Wanneer je binnen de regio verhuist, verandert er meestal weinig. Wanneer je verder weg gaat wonen, kan dat gevolgen hebben voor de bezoekregeling met de biologische ouders en de begeleiding. Met alle betrokkenen – de gecertificeerde instelling, ouders, Jeugdformaat, jou en je pleegkind – wordt dan bekeken wat de mogelijkheden zijn en wat het beste is voor je pleegkind.

Verhuizingen moeten altijd persoonlijk of schriftelijk worden doorgegeven bij de gemeente.

Vrijwillige plaatsing 

Je vrijwillig geplaatste pleegkind mag alleen met toestemming van de ouder met gezag met u mee op vakantie. Zowel in binnen- als in buitenland.

OTS plaatsing 

Ook bij een OTS plaatsing is toestemming van de gezag dragende ouder nodig, maar bij weigering kan de gezinsvoogd aan de kinderrechter verzoeken om vervangende toestemming. Houd hierbij rekening met lange procedures en vraag ruim voor de vakantie deze toestemming aan.

Voogdijplaatsing

Bij een voogdijplaatsing beslist de voogd of een pleegkind mee kan op vakantie.

Waar moet ik nog meer aan denken als ik op vakantie ga met mijn pleegkind?

Wettelijke bepalingen met implicaties voor de pleegzorg zijn opgenomen in de Jeugdwet en de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen.