Inkomsten, sparen en belastingen

Praktische info > Financien > Inkomsten, sparen en belastingen


Het maandelijkse bedrag dat pleegouders van Jeugdformaat ontvangen voor de verzorging van een pleegkind is geen salaris of inkomen, maar een onkostenvergoeding. Daarom leidt de vergoeding voor minderjarige pleegkinderen niet tot een korting op een eventuele (bijstand)uitkering. Indien een meerderjarig (voormalig) pleegkind in jouw gezin verblijft, kan dit wel gevolgen hebben voor de hoogte van je uitkering.

Het basisbedrag pleegvergoeding en de toeslag zijn onkostenvergoedingen en worden bij een beoordeling van inkomsten van pleegouders, bijvoorbeeld in het kader van loon- of inkomstenbelasting, niet meegewogen. Pleegouders hebben soms recht op extra toeslagen, maar in sommige gevallen kan ook spraken zijn van kortingen. 

Per 1 januari 2007 wordt de pleegvergoeding ook door (alle) gemeenten niet meer gezien als inkomen. Pleegouders kunnen bijvoorbeeld kwijtschelding van de gemeentebelasting aanvragen waarbij de pleegvergoeding niet bij het gezinsinkomen wordt geteld. Hetzelfde geldt voor kwijtschelding van andere belastingen en heffingen zoals van het Hoogheemraadschap. De vergoeding hoeft ook niet te worden opgegeven bij het aanvragen van huursubsidie.

Het inkomen van een pleegkind wordt wel meegenomen voor het berekenen van de huurtoeslag als dit inkomen meer bedraagt dan € 4.749 per jaar (normbedrag 2015) en het pleegkind nog geen 23 jaar is. De pleegvergoeding en een eventuele wezentoeslag worden hierbij niet meegerekend.

In sommige situaties word je ongewenst als toeslagenpartner gezien van je volwassen (voormalig) pleegkind. Sinds 2016 bestaat er al de mogelijkheid om aan de Belastingdienst te vragen om een stiefkind, jonger dan 27 jaar, niet aan te merken als toeslagpartner. Per 1 januari 2018 gaat dat ook gelden voor volwassen inwonende (voormalig) pleegkinderen tot 27 jaar. Deze regeling geldt voor alle pleegkinderen voor wie je als pleegouder een pleegvergoeding of kinderbijslag ontving of ontvangt.

De regeling geldt tevens voor eventuele inwonende (adoptie)kinderen van jou en jouw partner en hun partners.

Let op: Je dient samen met je pleegkind een verzoek doen om niet als partners te worden aangemerkt.

*Als u beiden de leeftijd van 27 jaar hebt bereikt, wordt u mogelijk wel (weer) als toeslagpartners aangemerkt.

Met ingang van 1 januari 2015 is de kostendelersnorm in de bijstand ingevoerd. Deze kostendelersnorm betekent dat de bijstandsuitkering wordt verlaagd naarmate er meer meerderjarige personen van 21 jaar en ouder in dezelfde woning wonen. Dit geldt dus ook voor inwonende (voormalige) pleegkinderen. Zie voor meer informatie: Rijksoverheid.nl/participatiewet.

Per 1 juli 2016 is voorzien in een kostendelersnorm in de AOW. Dat betekent dat de AOW-uitkering dan 50 procent (voorheen 70 procent) van het wettelijk minimumloon wordt voor iedere AOW-gerechtigde als hij of zij met één of meer meerderjarige personen van 21 jaar en ouder in dezelfde woning woont. Dit geldt ook voor meerderjarige (voormalige) pleegkinderen. Meer informatie is te vinden op de website van de SVB.

Voor de bijstand is de pleegvergoeding voor minderjarige pleegkinderen geen inkomstenbron. Het ontvangen van een pleegvergoeding heeft daarom geen invloed op de hoogte van een bijstandsuitkering.

AOW-gerechtigde pleegouders, die een minderjarig pleegkind opvangen waarvoor zij een pleegvergoeding ontvangen, worden aangemerkt als alleenstaanden en ontvangen een AOW-uitkering van 70 procent van het wettelijk minimumloon. Het ontvangen van een pleegvergoeding wordt dus niet op de AOW-uitkering in mindering gebracht. 


De bepaling dat bij vier of meer pleegkinderen de belastinginspecteur van geval tot geval beoordeelt of er sprake is van een bron van inkomen is vervallen. Pleegouders met vier of meer pleegkinderen hoeven dus sinds 1 januari 2013 niet meer aan te tonen wat de werkelijk gemaakte kosten zijn.

Aan deze bepaling is een zogenaamde horizonbepaling verbonden. Dit houdt in dat deze wetsbepaling tijdig moet worden ‘geëvalueerd’ in verband met de effecten ervan, waarna parlementaire besluitvorming moet volgen over het vervolg. Gebeurt dat niet dan vervalt de vrijstelling zonder nadere maatregelen in ieder geval per 1 januari 2018.

Als uw pleegkind onder toezicht staat (OTS) kan het problemen geven om een rekening te openen op naam van een pleegkind. Degene die het gezag heeft, beheert namelijk ook het vermogen van het kind. De gezaghebbende ouder moet tekenen voor de aanvraag en kan vervolgens de rekening beheren tot het kind meerderjarig is.

Als de voogdij ligt bij de gecertificeerde instelling (bijv. Jeugdbescherming West), dan kun je hen vragen een rekening voor een pleegkind te openen of om jou daartoe te machtigen. Een andere mogelijkheid is zelf een rekening te openen op eigen naam, met de toevoeging ten behoeve van…Vraag naar de mogelijkheden en voorwaarden bij je bank.


Nee, de eigen bijdrage voor jeugdigen is sinds 15-02-2014 komen te vervallen. ‘Veegwet VWS 2013’ d.d. 4 december 2013 (Art. XXI).

De nabestaanden-uitkering Anw. is veranderd. Daarmee vervalt de halfwezen-uitkering Anw. Als beide ouders van een pleegkind zijn overleden heeft een pleegkind tot zijn 16de recht op een wezenuitkering en vakantie-uitkering, ongeacht of hij vermogen heeft.

Alleen de voogd (of pleegoudervoogd) kan voor het kind de wezenuitkering aanvragen bij de Sociale Verzekeringsbank. De wezenuitkering wordt niet meer gezien als inkomsten. Je dient dit wel te melden bij jouw pleegzorgbegeleider.

Pleegzorgvergoeding en kinderbijslag mogen niet tegelijk worden ontvangen. Indien je recht hebt op kinderbijslag, en dit ook ontvangt, stopt de pleegzorgvergoeding direct.