Rechten en plichten

Je vindt hier antwoorden op veelgestelde vragen over de rechten en plichten die je als pleegouder hebt. Staat het antwoord op jouw vraag er niet bij? Neem dan contact op met ons Servicecentrum. Zij helpen je graag verder!

Soms ontstaan er een verschil van inzicht of een probleem in de samenwerking met Jeugdformaat. Het is heel normaal dat zoiets kan gebeuren. Je zult in gesprek moeten om tot een oplossing komen.

Wil je met een onafhankelijk persoon over de situatie praten of wil je een klacht indienen? Lees hier meer. 

Pleegouders kunnen in aanmerking komen voor pleegzorgverlof, zorgverlof en calamiteitenverlof, maar alleen als er sprake is van een langdurende plaatsing. Crisispleegouders, weekendpleegouders en vakantiepleegouders kunnen dus geen gebruik maken van de verlofregelingen.

Pleegzorgverlof

Als je een pleegkind in huis neemt voor een langdurende plaatsing, heb je recht op vier weken verlof en een uitkering tijdens het verlof. Zo hebben jij en je pleegkind tijd en ruimte om aan elkaar te wennen.

Nieuwsgierig naar de voorwaarden? Lees in de 'Vraag en antwoord' hoe het precies werkt.

Zorgverlof

U kunt kortdurend zorgverlof opnemen als u voor een korte tijd uw zieke kind, partner of ouders moet verzorgen. Voor uw partner of uw kinderen geldt dat zij op hetzelfde adres ingeschreven moeten staan. U kunt ook kortdurend zorgverlof opnemen om uw pleegkind te verzorgen bij ziekte. Uw pleegkind moet dan wel bij u wonen. Ook moet er een pleegcontract zijn.

Hoeveel kortdurend zorgverlof u kunt opnemen, hangt af van het aantal uren dat u werkt. Per jaar kunt u maximaal twee maal het aantal uren opnemen dat u in een week werkt. De werkgever moet voor de periode dat u zorgverlof opneemt loon doorbetalen, maar kan hierop een korting toepassen. Kijk voor meer informatie op www.rijksoverheid.nl

Calamiteitenverlof

Als uw kind, partner of ouder plotseling ziek wordt en u dus onverwacht direct vrij moet nemen, hoeft u geen kortdurend zorgverlof op te nemen. U kunt dan gebruikmaken van calamiteitenverlof. Dit stopt na één dag. Het kortdurend zorgverlof gaat dan de tweede dag in. Kijk voor meer informatie op www.rijksoverheid.nl.

Crisispleegouders, weekendpleegouders en vakantiepleegouders kunnen geen gebruik maken van de verlofregelingen.

Onze begeleiding start met het voorlichtings- en voorbereidingsprogramma. Nadat je geaccepteerd bent als pleegouder onderhouden we - in eerste instantie onze afdeling bemiddeling en matching - contact en bemiddelen we bij de opname van een pleegkind. Als er een pleegkind in je gezin is geplaatst, krijg je een pleegzorgbegeleider toegewezen die je gezin ondersteunt. De begeleider is het eerste aanspreekpunt voor alles wat met de opvang van het pleegkind te maken heeft. Wanneer jij, of je pleegkind, aanvullende hulp nodig heeft, kan de begeleider dat regelen.

Gerechtelijke procedure

Indien je het als pleegouder niet eens bent met de aard of de duur van een kinderbeschermingsmaatregel of de uitvoering van een ondertoezichtstelling dan kun je dit mogelijk voorleggen aan de rechter. 

Verzoek tot ondertoezichtstelling door pleegouders

Het uitgangspunt in de wetgeving is dat de Raad voor de Kinderbescherming een verzoek tot ondertoezichtstelling indient. Daarnaast is het Openbaar Ministerie (OM) hiertoe bevoegd. Indien de Raad voor de Kinderbescherming niet van plan is zo’n verzoek in te dienen, kan ook een pleegouder, die de jeugdige als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, een dergelijk verzoek indienen.

Verzoek tot verlengen ondertoezichtstelling door pleegouders

Indien de gecertificeerde instelling geen verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling indient, is een pleegouder die de jeugdige als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, bevoegd tot het doen van een dergelijk verzoek.

Verzoek tot beëindiging of wijziging uithuisplaatsing door pleegouders

Een pleegouder, die de jeugdige als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, kan wanneer omstandigheden wijzigen de gecertificeerde instelling verzoeken:

  1. de uithuisplaatsing te beëindigen;
  2. de duur ervan te bekorten;
  3. af te zien van een wijziging van de verblijfplaats van de minderjarige.

Op verzoek van de pleegouder kan de rechter de machtiging geheel of gedeeltelijk intrekken of de duur ervan bekorten.

Verzoek gezagsbeëindigende maatregel door pleegouders

Pleegouders die tenminste een jaar met toestemming van de gezagdragende ouder(s)voor een pleegkind zorgen, kunnen een verzoek tot een gezagsbeëindigende maatregel indienen bij de rechter. 

Als de Raad geen verzoek tot gezagsbeëindiging wil aanvragen, kan de gecertificeerde instelling de Raad (dwingend) verzoeken, het oordeel van de rechtbank te vragen of beëindiging van het gezag van de ouders noodzakelijk is. De rechtbank kan vervolgens de gezagsbeëindiging ambtshalve uitspreken. 

Indien de voogdij door een gecertificeerde instelling wordt uitgeoefend en deze haar taken niet op verantwoorde wijze uitoefent of het nalaat de Raadop de hoogte te houden, is het ook mogelijk om een voogdijbeëindigende maatregel te verzoeken. 

Een gezag–of voogdijbeëindigende maatregel kan verzocht worden als je het blokkaderecht bezit, maar ook als dat niet het geval is. 

Als voor het einde van dezes-maandentermijn van het blokkaderecht een verzoek voor een kinderbeschermingsmaatregel is ingediend, duurt de blokkade voort totdat definitief over het verzoek is beslist. Jouw pleegkind blijft gedurende deze tijd bij je wonen.


Nadat je geaccepteerd bent als pleegouder door Jeugdformaat wordt een contract getekend. Hierin zijn de wederzijdse rechten en verplichtingen tussen Jeugdformaat en de pleegouders opgenomen. Bij aanvang van de plaatsing van een kind wordt met pleegouders een pleegcontract afgesloten. Dit is wettelijk verplicht. In het pleegcontract staan o.a. afspraken over de aard en de duur van de pleegzorgplaatsing.  

Het hulpverleningsplan is richtinggevend voor het doel van de plaatsing. Het hulpverleningsplan is uiterlijk 6 weken na aanvang van de hulpverlening beschikbaar. Pleegouders hebben instemmingsrecht wat betreft de omschrijving van hun rol in het hulpverleningsplan en de wijze waarop de begeleiding wordt vormgegeven. (Het instemmingsrecht geldt niet bij een crisisplaatsing, omdat er dan nog geen sprake is van een hulpverleningsplan). Van het hulpverleningsplan mag niet eenzijdig worden afgeweken. Naast de pleegouders worden de biologische ouders en jongeren vanaf 12 jaar betrokken bij het opstellen van het hulpverleningsplan.

Op het gebied van de begeleiding en samenwerking met de pleegouders geeft het pleegouderplan de richtlijnen.

Je persoonlijke gegevens worden verzameld en bewaard in een persoonlijk dossier. Je hebt recht op inzage in deze dossiergegevens. Je mag het dossier van jouw pleegkind niet inzien. Dat is wettelijk zo geregeld.

Pleegouders hebben recht op die informatie over een pleegkind die zij nodig hebben om de opvoeding en verzorging van het pleegkind op zich te kunnen nemen. Zo mogelijk voorafgaand aan de plaatsing, en zo nodig zonder toestemming. Hieronder valt onder andere informatie over de gezondheid, zoals trauma’s en allergieën en bijvoorbeeld ook informatie over de samenstelling van het gezin van herkomst. Het idee hierachter is dat pleegouders zo het gedrag van het pleegkind beter kunnen begrijpen en kunnen aansluiten bij zijn of haar behoeften.

De pleegzorgorganisatie moeten pleegouders in ieder geval informeren over:

  1. identificerende gegevens van de jeugdige (naam, adres, woonplaats, geboortedatum en geslacht);
  2. de achtergrond van de jeugdige;
  3. de reden van uithuisplaatsing;
  4. de medische gegevens van de jeugdige;
  5. gegevens omtrent de dagbesteding van de jeugdige.

Inzage dossier

Als een pleegkind 12 jaar of ouder is, heeft hij of zij recht op inzage in het eigen dossier. Als jij je eigen dossier wil inzien of een kopie wilt hebben, kunt je dat vragen aan je pleegzorgbegeleider.

Bewaartermijn

We bewaren alle dossiers nog 15 jaar na beëindiging van de plaatsing/hulpverlening. Daarna wordt het dossier vernietigd.

Het welzijn en de veiligheid van jouw pleegkind(eren) zijn belangrijk en daarom regelmatig onderwerp van gesprek tussen u en uw begeleider. Om ervoor te zorgen dat we daarbij niets over het hoofd zien, loopt je met uw begeleider ieder jaar ook de checklist Indicatoren veiligheid kind in pleeggezin door. Op die manier komen ook onderwerpen aan de orde, die tijdens de reguliere huisbezoeken niet altijd aan bod komen.

Welzijn en veiligheid van jouw pleegkind 

De checklist is een goede gelegenheid om met elkaar nog eens heel bewust stil te staan bij belangrijke aspecten rond de dagelijkse verzorging van je pleegkind, de omgeving waarin het opgroeit, je persoonlijke en gezinssituatie en eventuele risicofactoren van het pleegkind. Doel van het invullen van de lijst, en het daarbij horende gesprek, is zicht te krijgen op eventuele risico’s en de veiligheid van een pleegkind.

We begrijpen dat het niet altijd makkelijk is om te vertellen als iets niet zo goed loopt. Toch is het heel belangrijk ook daarover open en eerlijk te zijn. Alleen dan kan de begeleider je helpen en met je werken aan een oplossing. Vrijwel altijd komen we er samen uit.

Ook als je denkt: ‘Het probleem is maar voor even.’, ‘Ik los het zelf wel op.’ of ‘Het valt wel mee.’, is het belangrijk het met je begeleider te bespreken. Dit voorkomt dat we voor verrassingen komen te staan, of dat zaken escaleren.

Uiteraard hoeft u voor het bespreken van vragen en problemen niet te wachten op de checklist. Je kunt daarvoor het hele jaar rond bij je pleegzorgbegeleider terecht.

Over het algemeen volgt een (gezins)voogd het pleegkind en onderhoudt hij/zij het contact met de biologische ouders. De pleegzorgbegeleider ondersteunt vooral de pleegouders, bijvoorbeeld bij de dagelijkse opvoeding van het pleegkind, bij praktische vragen over regelingen en bij oudercontact. Wanneer belangrijke beslissingen over het pleegkind moeten worden genomen, is de (gezins)voogd eindverantwoordelijk. Hij/zij kan een (gezins)voogdijplan of jeugdreclasseringsplan echter pas vaststellen als hierover overleg met de pleegouders heeft plaatsgevonden.



In de pleegzorg hechten we grote waarde aan oudercontact. We realiseren ons daarbij ook dat het contact veel van een kind kan vragen. Om te komen tot een afgewogen oordeel welke bezoekregeling in het belang van het kind is, gebruiken Jeugdformaat en Jeugdbescherming West instrumenten uit de richtlijnen jeugdzorg. Meer informatie.

Als een pleeggezin aangeeft open te staan voor een bijplaatsing, bespreekt de pleegzorgbegeleider met hen alle aspecten die van belang zijn bij een bijplaatsing van een pleegkind, zoals de wensen en het aanbod en de mogelijkheden van de pleegouders. De overige gezinsleden worden ook bij de afwegingen betrokken: gezinspositie, onderlinge relatie, ontwikkelingsfase. Ook zij moeten de kans krijgen zich uit te spreken over een mogelijke gezinsuitbreiding. Daarnaast spelen omgevingsfactoren, praktische aandachtspunten en belangrijke gebeurtenissen in het pleeggezin een rol. Meer informatie

Als je een bijplaatsing overweegt 

Meestal geven pleegouders zelf aan dat zij een bijplaatsing overwegen, maar wanneer is een bijplaatsing verstandig? Waarmee moet het pleeggezin rekening houden? En, kies je juist voor een jonger of een ouder pleegkind?

Wanneer kan er een bijplaatsing plaatsvinden?

Een bijplaatsing vraagt altijd om een zorgvuldige afweging. Belangrijk is dat de (pleeg-) kinderen die al in het gezin wonen hun eigen plekje hebben gevonden, dat iedereen gewend is aan elkaar en aan de situatie. Vaak doen alle gezinsleden in het begin van een plaatsing extra hun best om het pleegkind zich thuis te laten voelen en doet het pleegkind extra zijn best om lief en aardig gevonden te worden. Soms gebruikt het die eerste fase als test om te kijken hoe ver het kan gaan. Het duurt vaak wel een jaar voor het gezinsevenwicht is hersteld en er gedacht kan worden aan een bijplaatsing.

De ontwikkeling van het kind of de kinderen in het gezin, spelen in de keuze voor een bijplaatsing een belangrijke rol. Soms is een bijplaatsing niet in het belang van één van de leden van het pleeggezin. Het kan zowel om de eigen kinderen als om de pleegkinderen gaan. De eigen kinderen kunnen moeite hebben met het delen van de aandacht en de veranderende positie in het gezin, botsende karakters en de extra drukte in het gezin. De pleegkinderen moeten wennen aan de nieuwe regels en moeten verwerken wat ze allemaal hebben meegemaakt. Biologische ouders krijgen een andere rol in hun leven en ook dat vraagt aanpassingen van het pleegkind en van het pleeggezin. Al deze zaken zijn van invloed op de vraag of je als gezin klaar bent voor een bijplaatsing.

Wie zijn er betrokken bij de beslissing?

Als een pleeggezin aangeeft open te staan voor een bijplaatsing, bespreekt de pleegzorgbegeleider met hen alle aspecten die van belang zijn bij een bijplaatsing van een pleegkind, zoals de wensen en het aanbod en de mogelijkheden van de pleegouders. De overige gezinsleden worden ook bij de afwegingen betrokken: gezinspositie, onderlinge relatie, ontwikkelingsfase. Ook zij moeten de kans krijgen zich uit te spreken over een mogelijke gezinsuitbreiding. Daarnaast spelen omgevingsfactoren, praktische aandachtspunten en belangrijke gebeurtenissen in het pleeggezin een rol.

Zodra er duidelijkheid is dat een bijplaatsing mogelijk is, gaan we op zoek naar een passende match. Soms is er al een kind in beeld; bijvoorbeeld een broertje of zusje van één van de pleegkinderen. Op het moment dat er sprake is van een bijplaatsing wordt de gecertificeerde instelling – de (gezins)voogd van het al in het gezin wonende pleegkind – door Jeugdformaat op de hoogte gebracht.

Kiezen voor een jonger of een ouder kind?

Het is de natuurlijke gang van zaken dat een nieuw gezinslid onder aan “de kinderrij” aansluit. Bij pleegzorg is dit echter niet vanzelfsprekend; de komst van een ouder kind behoort immers ook tot de mogelijkheden.

Bij de komst van een jonger kind blijven de gezinsposities zoveel mogelijk in tact en de verworven rechten op grond van leeftijd komen niet onder druk te staan. De dagelijkse verzorging staat bij jongere kinderen centraal. Een peuter krijgt daarbij langzaamaan een eigen wil en wil steeds meer dingen zelf doen. Bij een kleuter gaat het schoolse leven van start; hij moet leren zich in te leven in anderen. Een basisschoolkind leert sociale vaardigheden en omgaan met regels, afspraken en conflicten.

Voor een ouder kind is het soms lastiger een plekje te vinden in een pleeggezin en als pleegouder kun je niet langzaam meegroeien in de ontwikkeling van het pleegkind. Maar, in sommige situaties past een tiener juist goed in de gezinsdynamiek. Tieners en pubers zijn op veel gebieden al veel zelfstandiger en hebben de opvoeder vooral nodig in de rol van begeleider of coach. Een tiener gaat steeds meer zijn eigen weg, leeftijdsgenoten en sociale media zijn belangrijk. Een boeiende taak om de jongere vanuit een voor hem/haar veilige plek te begeleiden naar volwassenheid.

Naast de leeftijd spelen ook de karaktereigenschappen van het kind een rol; het ene kind is rustig en past zich makkelijk aan, aan veranderende omstandigheden, het andere kind is meer gericht op spanning en sensatie of is heel nieuwsgierig naar de wereld om zich heen, waarbij het de afspraken wel eens vergeet. Als het pleegkind uit een onveilige thuissituatie komt dan vraagt de opvoeding extra aandacht.

Al deze zaken hebben invloed op elkaar en op de leden van het pleeggezin. Een bijplaatsing is dus altijd maatwerk!

Wanneer een pleegkind bij u komt wonen, bent u verplicht om dit binnen vijf dagen door te geven aan de gemeente. Vanuit de gecertificeerde instelling wordt aan de gemeente een kennisgeving van de verhuizing gestuurd. Naar aanleiding daarvan ontvangt u, als u nog geen adreswijziging heeft doorgegeven, een verhuisformulier welke u moet retourneren. De dag waarop de aangifte is ontvangen, geldt als datum van verhuizing, tenzij u opgeeft dat het pleegkind later verhuist. Als uw adres geheim moet blijven voor de biologische ouders van uw pleegkind kunt u een verzoek tot geheimhouding indienen. Het formulier geheimhouding kunt u bij de meeste gemeenten vinden op de website of aanvragen bij de afdeling Publiekszaken.

Pleegkinderen blijven altijd erfgenaam van hun biologische ouders. Een kinderbeschermingsmaatregel verandert daar niets aan. Pleegkinderen zijn géén erfgenaam van hun pleegouders, ook niet als de pleegouders de voogdij hebben. Pleegkinderen kunnen alleen van pleegouders erven als dat expliciet in hun testament staat.