Helpt je verder

Afscheid nemen op verschillende leeftijden

Hoe reageert je pleegkind en wat kun je doen?

Afscheid nemen op verschillende leeftijden

Hoe reageert je pleegkind en wat kun jij doen? Ieder kind krijgt te maken met afscheid. Maar pleegkinderen meestal vaker. Ze nemen afscheid van hun eigen slaapkamer. Van hun klas. Van vriendjes en vriendinnetjes. Soms zelfs van hun ouders. Hoe een kind op afscheid reageert hangt in grote mate af van zijn leeftijd. Welk gedrag kan je pleegkind laten zien en hoe ondersteun je hem hierbij?

Je kind is geschokt door het verdwijnen van iemand waar hij afhankelijk van is. Hij weet of voelt wat verlies is en is daar ook bang voor. Omdat zijn taalgebruik nog beperkt is, vertoont je kind vaker lichamelijke reacties.

Mogelijk gedrag:

  • Je kind huilt als hij niet vastgehouden wordt. Of op bepaalde momenten, bijvoorbeeld wanneer het bedtijd is.
  • Je kind gedraagt zich triest en gelaten en heeft geen interesse meer voor zijn omgeving.
  • Je kind vertoont lichamelijke reacties, zoals spugen, maagkrampen of diarree.
  • Je kind heeft verlatingsangst. 

Hoe help je je kind?

  • Bied een veilige omgeving met liefdevolle aandacht en lijfelijk contact.
  • Zorg voor regelmaat en structuur.
  • Zorg voor één of een zo beperkt mogelijk aantal verzorgers.

Je kind begrijpt het definitieve karakter van afscheid nemen nog niet. Hij kan de tijd en de impact niet overzien. In beginsel gaat hij daarom snel over tot de orde van de dag. Pas gaandeweg krijgt hij doordat de nieuwe situatie langer duurt dan gedacht. Dan kan verdriet en boosheid opkomen.
Kinderen in deze leeftijd kunnen meestal nog niet goed over hun gevoelens praten. Ook redeneren ze vaak in oorzaak en gevolg, en daarin betrekken ze situaties op zichzelf (‘ik ben niet lief genoeg geweest.’).

Mogelijk gedrag:

  • Je kind gaat over tot de orde van de dag.
  • Je kind gedraagt zich verdrietig en boos.
  • Je kind gaat zich aanpassen om lief gevonden te worden, of juist afzetten om aandacht te krijgen.
  • Verdriet uit je kind door driftbuien, agressief en destructief gedrag. Je kind heeft verlatingsangst.

Hoe help je je kind?

  • Zorg voor een veilige omgeving met regelmaat, structuur en liefdevolle aandacht.
  • Wees geduldig en troostend.

Je kind realiseert zich wat afscheid is, maar hij is nog niet in staat de gevolgen te overzien. Dit maakt hem angstig en onzeker. Hij trekt gemakkelijk foute conclusies: ‘Komt het door mij? Ben ik niet lief genoeg geweest?’.

Mogelijk gedrag:

  • Je kind ontkent de situatie en doet alsof er niets is gebeurd.
  • Je kind valt terug in zijn ontwikkeling en gaat zich bijvoorbeeld weer als een kleuter gedragen.
  • Je kind heeft verlatingsangst.

Hoe help je je kind?

  • Zorg dat je er bent wanneer het nodig is. 
  • Houd zoveel mogelijk een vaste dagelijkse gang van zaken aan. Dit geeft je kind houvast. 
  • Veroordeel het gedrag van je kind niet, hoe extreem het soms ook is. 
  • Bied je kind de veiligheid om zijn verdriet te uiten, zonder dat hij daarbij anderen of zichzelf schade berokkend. 
  • Erken alle gevoelens. 
  • Dwing je kind niet tot praten, maar bied wel altijd een luisterend oor.

Je kind heeft een grote behoefte aan feiten en kan daardoor extreem veel en diep gaan doorvragen. Kinderen in deze leeftijd willen vaak niet kinderachtig overkomen. Daarom proberen ze hun verdriet zelf op te lossen.

Mogelijk gedrag:

  • Je kind trekt een pantser op en stopt emoties diep weg. 
  • Je kind vertoont lastig en opstandig gedrag, omdat zijn gevoelen toch een uitweg nodig hebben.

Hoe help je je kind?

  • Geef aandacht en bied troost. Juist kinderen in deze leeftijdsfase hebben dat nodig. Ook al laten ze dat niet zo merken.
  • Laat weten dat verdriet er mag zijn, en dat dit geen kinderachtig gedrag is.

Je kind gaat zingevingsvragen stellen. Grote veranderingen, zoals afscheid van ouders, opvoeders of woonomgeving zorgen bij je kind voor extra verwarring.

Mogelijk gedrag:

  • Je kind doet extra zijn best doen om verdriet te verbergen.
  • Je kind stelt zich steeds onafhankelijker op, richt zich meer op leeftijdsgenoten.
  • Je kind vermijdt moeilijke gesprekken, omdat hij zijn emoties graag in de hand wil houden. 
  • Je kind bouwt een ‘muurtje’ om zich heen, zodat het lijkt alsof er niets aan de hand is. Van binnen zit echter pijn, eenzaamheid en rouw.

Hoe help je je kind?

  • Zorg voor een vaste dagelijkse gang van zaken. 
  • Laat je kind met een andere vertrouwenspersoon praten dan met jou als pleegouder. Iemand anders staat vaak minder dichtbij.
  • Betrek je kind bij zoveel mogelijk zaken. Leg uit wat er is gebeurd en wat hem te wachten staat.