Gedrag bij rouw en verlies

Kinderen die uit huis geplaatst worden, gaan vaak door een rouwproces. Soms uit zich dat in problematisch gedrag. Dit gedrag is vaak een uiting van verdriet, dat hoort bij het rouwproces.

Bij je pleegkind kun je de volgende gedragingen tegenkomen als gevolg van de uithuisplaatsing:


  • Repeterend gedrag
    Voortdurend tikken met een speeltje, alsmaar met een bal stuiteren, schoppen tegen de muur. Volwassenen herkennen dit gedrag meestal niet als een deel van het rouwproces. Voor het kind betekent het: ‘Zolang ik maar met de bal bezig blijf, of blijf schoppen, hoef ik niet na te denken over mijn verdriet.’
  • Leerachterstand
    Veel pleegkinderen hebben moeite met leren en kampen met een leerachterstand. Dit komt niet doordat ze verstandelijk beperkt zijn, waarschijnlijk verstoort het rouwproces de andere leerfuncties.
  • Geheugenstoornissen
    Er kunnen geheugenstoornissen optreden. Kinderen kunnen zich gebeurtenissen niet goed herinneren en onthouden dingen slecht. Het lijkt soms alsof een kind niet goed luistert of dingen niet lang kan onthouden. Neem dit niet persoonlijk op, het is vaak een kwestie van onvermogen.
  • Woede
    De woede die een kind voelt om alles wat hem is aangedaan, is ernstig. Die woede veroorzaakt onaangepast gedrag. Dingen waar een normaal opgroeiend kind niet wakker van ligt, kunnen een onoverkomelijk probleem zijn voor pleegkinderen. In een depressieve toestand zullen ze vaak niet huilen, maar futloos zijn.
  • Voorbeeldig gedrag
    Vaak zoeken pleegkinderen de schuld van uithuisplaatsing bij zichzelf. (‘Als ik niet zo’n grote mond had gegeven, had ik niet weg gehoeven’.) Ze gedragen zich daarom de eerste weken voorbeeldig, omdat ze denken: ‘Als ik lief ben, dan mag ik weer terug naar huis.’

Meer weten over hoe kinderen van verschillende leeftijden reageren op verlies en hoe je ze kunt helpen? Lees het artikel: Afscheid nemen op verschillende leeftijden.